Dertig journalisten, de ene helft Syriërs, de andere helft internationale verslaggevers, zijn op dit moment ontvoerd of verdwenen in Syrië. Dat heeft het Comité ter Bescherming van Journalisten (dat zijn thuisbasis heeft in New York) deze week bekend gemaakt. Het aantal is niet eerder zo hoog geweest: zelfs niet in Irak in de jaren 2000, of in Libanon in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Een gevaarlijke trend is dat de jihadisten die journalisten kidnappen, geen eisen stellen voor hun vrijlating. Ze willen hen niet ruilen voor gevangenen of terugbrengen voor geld, maar houden hen vast omdat de gijzelaars wellicht in de toekomst van pas kunnen komen.
Matthew Schrier, een 35-jarige Amerikaanse fotograaf vertelde nadat hij ontsnapt was, dat zijn gijzelnemers geen eisen bij zijn familie of de Amerikaanse regering hadden neergelegd, maar hem wel om de wachtwoorden hadden gevraagd die hij op het internet gebruikte, en zijn credit-cards gebruikten om auto-onderdelen, Ray-Ban zonnebrillen, tablets en laptops te kopen.
Ze stuurden vanaf zijn eigen account emails naar de familie en vrienden van Schrier, waarin ze schreven dat hij veilig was en gewoon in Syrië aan het werk was. Zijn moeder realiseerde zich dat deze mails (die vol spelfouten zaten) nep moesten zijn en wist niet wat ze moest doen.
Volgens Schrier moet de familie van gijzelaars de hoop niet opgeven. 'Tot er bewijs is dat iemand daadwerkelijk is omgekomen, moet je er vanuit gaan dat ze nog leven', zegt hij. 'Veel mensen dachten dat ik dood was - en kijk wat er is gebeurd.'
Ontvoering stil houden
Het is tactiek om geen ruchtbaarheid te geven aan de ontvoeringen, in de hoop dat de gijzelaars snel kunnen worden gevonden of dat er binnen korte tijd een deal kan worden gemaakt met de ontvoerders. Publiciteit kan ook de hoogte van het losgeld opdrijven. Bij ongeveer de helft van de 30 huidige gevallen in Syrië, heeft de familie gevraagd de ontvoering stil te houden, aldus het Comité ter Bescherming van Journalisten.