Overleden kinderen vertonen tekenen van verwaarlozing
Het kindertehuis in Tuam omstreeks 1950 © Catherine Corless/Tuam Historical Society.Drieënvijftig jaar nadat een katholieke instelling voor de opvang van zwangere meisjes in het West-Ierse Tuam werd gesloten, zijn er op het terrein van de instelling ongeveer 800 babylichaampjes gevonden. De lijkjes - uit de periode van 1925 tot 1961 - werden aangetroffen in een grote septische put van het tehuis. Dat zegt de Ierse historica Catherine Corless, die onderzoek deed naar het massagraf, dat al 1975 bij toeval was ontdekt, in The Washington Post.
Het tehuis was tussen 1925 en 1961 in handen van katholieke nonnen. Normaal kwamen zwangere Ierse meisjes in het opvangtehuis van de nonnen van Bon Secours hun onwettige baby's baren om de kinderen er dan veilig te laten opgroeien.
In het streng katholieke Ierland was het krijgen van kinderen door niet getrouwde vrouwen een grote schande. De zwangere tienermeisjes waren de zwarte schapen van de familie en werden verbannen naar dit soort instellingen. 'Het was het ergste misdrijf dat een vrouw kon begaan, ook al was de zwangerschap vaak het gevolg van een verkrachting', zegt Corless in The Washington Post. Het was de bedoeling dat de meisjes na de bevalling elders in Ierland hun heil zochten, en dat de kinderen dan opgroeiden in de instelling.
De overleden kinderen zouden tekenen vertonen van ondervoeding en verwaarlozing. Uit geschiedkundige documenten blijkt dat de kinderen amper voeding kregen en ook geen deskundige medische verzorging kregen als ze ziek werden. Enkel de kinderen die gezond bleven, hadden het geluk dat ze ter adoptie werden aangeboden, of verkocht werden aan rijke, kinderloze echtparen.