Posts tonen met het label rookvergiftiging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rookvergiftiging. Alle posts tonen

donderdag 15 mei 2014

Gehuil in hel van Soma gaat door merg en been

Politieagenten vormen in het Turkse Soma een soort erehaag. Mijnwerkers met vervuilde gezichten lopen langzaam en zo waardig mogelijk met de stoffelijke resten van hun collega's naar een ambulance. Daarvan staan er tientallen met draaiende motoren te wachten.

'Rot op!' schreeuwt plots een van woede exploderende wachtende, de eerbiedige stilte verstorend. Hij gooit een plastic flesje met water naar een van de opdringerige fotografen die daarmee het zicht beneemt op de dode. Hij rent achter de brancard en roept 'mijn broer!' Net voor de deur van de ambulance dicht gaat kan hij een blik werpen op de dode. Zijn hoofd zakt op zijn borst. Langzaam sloft hij terug naar zijn uitkijkpost. Het was zijn broer niet.

Ontploffing
Duisternis, stof en gebrek aan frisse lucht waren ze gewend, de 787 mijnwerkers in de grootste bruinkoolmijn van Turkije. Maar toen dinsdagmiddag om 15.10 uur het alarm afging, wisten de meesten niet hoe ze moesten vluchten. Donkere roetwolken ontnamen hen elk zicht. Hun ondergrondse werkplek veranderde met een felle steekvlam van een explosie in een hel. De transformator had het begeven en de vonken van de kortsluiting, die als vuurwerk wegsprongen, brachten het methaangas tot ontploffing. Een felle brand brak uit. Een deel van de mijn stortte in. De lift van de hoofdschacht naar de vrijheid en de verse lucht was buiten werking door gebrek aan elektriciteit. Ongeveer de helft van de mijnwerkers zat als ratten in de val terwijl het vuur dankzij het bruinkoolgruis, bleef branden en niet te blussen viel. Ze hadden geen enkele kans om aan deze hel te ontsnappen. Honderden stierven een vreselijke dood als gevolg van rookvergiftiging.

Uitgeput
Uitgeput van het lange wachten, de slapeloze nacht en de energie vretende emoties zit een van de mijnwerkers op een hoop rubber slangen. Hij had het geluk gisteren niet diep in de mijn aan het werk te zijn. Zijn ogen zijn leeg. De hoop op overlevenden is vervlogen. Hij staart voor zich uit.

'Mijn vriend Ibrahim Salgun,' is het enige dat hij aanvankelijk kan uitbrengen over degene op wie hij hier wacht. Hij zwijgt weer en draait zijn hoofd weg. Als Turkse man wil hij zijn emoties niet tonen. Vrienden leggen hun handen op zijn schouders. Dat geeft hem wat kracht. Uit angst voor zijn werkgever wil hij zijn naam niet in de krant. Wel zegt hij dat hij de moed heeft opgegeven. 'Ze zijn allemaal dood'.

In een scenario als in Chili, waar mijnwerkers in 2010 voor 69 dagen opgesloten zaten en levend weer bovenkwamen, gelooft hij niet. 'Dat was heel anders. Daar was een deel van de mijn ingestort. Hier was een explosie en brand, dus de kans op overleven veel kleiner.'