Blootstelling aan radioactief materiaal heeft in Japan mutaties onder vlinders veroorzaakt, blijkt uit een onderzoek. Na de ramp in Fukushima constateerden wetenschappers dat de Aziatische variant van het blauwtje kleinere vleugels en beschadigde ogen vertoont.
Het verband tussen de mutaties en het radioactieve materiaal bleek uit laboratoriumproeven, aldus de wetenschappers.
Twee maanden na de ramp in Fukushima heeft een team van Japanse onderzoekers 144 volwassen 'Pale Grass Blue' vlinders (Pseudozizeeria maha) onderzocht. De vlinders kwamen uit tien verschillende gebieden in Japan, waaronder het Fukushima-gebied. Deze vlinders waren op het moment van de ramp aan het overwinteren als larven.
Na vergelijking van de mutaties bij de vlinders uit de verschillende gebieden, bleek dat de vlinders uit de gebieden met grotere hoeveelheden straling kleinere vleugels en onregelmatig ontwikkelde ogen hadden.
'Over het algemeen werd gedacht dat vlinders goed bestand zijn tegen straling', vertelt hoofdonderzoeker Joji Otak van de Universiteit van Ryukyus aan de BBC. 'Daarom zijn de resultaten van ons onderzoek onverwacht.'