De vlucht van de spaceshuttle Endeavour naar een museum in Californië is met zeker een dag uitgesteld. Het ruimteveer zou maandag bij zonsopkomst bovenop een Boeing 747 vertrekken van de ruimtebasis Cape Canaveral in Florida. Het weer is echter te slecht. Dat meldde de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA zondag op Twitter.
De Endeavour gaat in etappes naar Los Angeles. Daar wordt de spaceshuttle vanaf oktober tentoongesteld in een museum.
De reis is de laatste keer dat een spaceshuttle de lucht in gaat. Twee andere ruimteveren zijn naar musea in Washington en New York gebracht, een ander toestel blijft als pronkstuk achter op lanceerbasis Cape Canaveral.
Laatse reis
Als de zon dinsdag opkomt boven Florida, moet de spaceshuttle Endeavour aan zijn allerlaatste reis beginnen. Bovenop een Boeing 747 wordt het ruimteveer van de lanceerbasis Cape Canaveral overgebracht naar Los Angeles. Een wetenschapsmuseum in die stad zal het tentoonstellen.
De laatste vlucht verloopt in etappes. Kort na het opstijgen (aan het begin van de Nederlandse middag) vliegt de Endeavour als afscheid laag over lanceerbasis Cape Canaveral, waarvandaan hij 25 keer werd gelanceerd. Dan gaat de spaceshuttle langs NASA-fabrieken in Mississippi en New Orleans om te landen bij het NASA-hoofdkwartier in Houston (Texas). Na een tussenstop daar gaat de Endeavour via New Mexico door naar een luchtmachtbasis in Californië. Donderdag maakt de Endeavour een rondvlucht boven de staat, om in Los Angeles voor de laatste keer te landen.
Half oktober volgt de slotetappe. Dan gaat de Endeavour van het vliegveld naar het California Science Center, door de straten van Los Angeles. Vanaf 30 oktober kunnen bezoekers het ruimteveer bekijken in een speciaal gebouwde vleugel van het museum.
Posts tonen met het label Challenger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Challenger. Alle posts tonen
zondag 16 september 2012
woensdag 22 februari 2012
Nieuwe beelden shuttleramp Challenger opgedoken
Er zijn nieuwe amateurbeelden opgedoken van de ramp met de spaceshuttle Challenger uit 1986. De beelden werden gemaakt door een familie die op het vliegveld van Orlando stond te wachten op zijn vlucht.
De website van het wetenschappelijk tijdschrift New Scientist heeft de beelden in handen gekregen. Daaruit blijkt dat de filmers amper in de gaten hebben dat er een ramp aan het voltrekken is. De filmer, mijnheer Karman uit New York, vertelde dat op het vliegveld op het moment van de explosie niemand echt in de gaten had dat er iets mis was. Pas later werd de omvang van het incident duidelijk.
Tot nu toe was er slechts een amateurfilm van de ramp bekend. In de jaren '80, toen er nog geen digitale camera's en telefooncamera's bestonden, kwam het maar zelden voor dat rampen gefilmd werden. Waarom de familie nu pas met het filmpje naar buiten is gekomen is niet bekendgemaakt.
De ramp met de Challenger vond plaats op 28 januari 1986. Alle zeven astronauten aan boord van het ruimtevaartuig kwamen bij de ramp om het leven. De oorzaak van de ontploffing was een lek in de afdichting in één van de brandstoftanks die aan de shuttle vastzaten.
(Coen Brandhorst)
Bron:
De website van het wetenschappelijk tijdschrift New Scientist heeft de beelden in handen gekregen. Daaruit blijkt dat de filmers amper in de gaten hebben dat er een ramp aan het voltrekken is. De filmer, mijnheer Karman uit New York, vertelde dat op het vliegveld op het moment van de explosie niemand echt in de gaten had dat er iets mis was. Pas later werd de omvang van het incident duidelijk.
Tot nu toe was er slechts een amateurfilm van de ramp bekend. In de jaren '80, toen er nog geen digitale camera's en telefooncamera's bestonden, kwam het maar zelden voor dat rampen gefilmd werden. Waarom de familie nu pas met het filmpje naar buiten is gekomen is niet bekendgemaakt.
De ramp met de Challenger vond plaats op 28 januari 1986. Alle zeven astronauten aan boord van het ruimtevaartuig kwamen bij de ramp om het leven. De oorzaak van de ontploffing was een lek in de afdichting in één van de brandstoftanks die aan de shuttle vastzaten.
(Coen Brandhorst)
Bron:
Abonneren op:
Posts (Atom)