De Roemeense berovers van de Rotterdamse Kunsthal hebben hulp gekregen van binnenuit. Dat beweerde kunstrover Radu Dogaru gisteren voor de rechtbank in Boekarest. Volgens hem zou de deur van de hal met opzet zijn opengelaten.
'Ik had de deur van de Kunsthal zelfs zonder gereedschap kunnen openen. Hij zat niet op slot. Iemand, van binnenuit, een handlanger, zette hem open. Het was kinderwerk,' zei Radu Dogaru gisteren bij de Roemeense rechter.
Hij stond samen met twee andere verdachten en zijn moeder terecht voor de diefstal van zeven schilderijen uit de Kunsthal in de nacht van 15 op 16 oktober van vorig jaar.
Meesterbrein
Dogaru, vol zelfvertrouwen, bijna arrogant, had het ook over een meesterbrein achter het plan. 'Er was een opdrachtgever,' zei de Roemeen. Wie wilde hij niet bekendmaken. 'Ik ben niet verplicht dat te zeggen,' herhaalde hij ondanks het aanbod van de rechtbank achter gesloten deuren een verklaring te mogen afleggen in ruil voor bescherming en strafvermindering. 'Denk goed na voordat je dit weigert,' hield de rechter de hoofdverdachte voor. 'Het is het verschil tussen de vrijheid en heel veel jaren van je leven doorbrengen in de gevangenis.'